Fuji

Fuji

Vooral sappig friszoet, bijna niet zuur. Dat is de Fuji, die oorspronkelijk uit Japan komt. In 1962 werd dit appeltje op de markt gebracht. De meeste smaak van deze appel zit in zijn schil. Hij groeit nu vooral in Zuid-Europese landen maar ook in Australië, China en Japan. Een echte globetrotter dus! Fuji is groen of geelgroen en versierd met roze, bruinrode, donkerrode of violette strepen.  Perfect als handappeltje. Fuji wordt geplukt van eind oktober en verkrijgbaar vanaf eind november.

Fuji uit Zuid-Tirol (Italië)
Gemiddeld 300 dagen zon per jaar; wie zou daar niet lekkerder van worden? De Fuji uit Italië in elk geval wel. Deze appels groeien in de valleien en op de vruchtbare hellingen van het Italiaanse Zuid-Tirol. Ze worden geteeld met respect voor het milieu. Lekker puur natuur dus! Dat blijkt ook uit het keurmerk wat deze appels hebben gekregen: Aangewezen Geografische Bescherming (PGI). 

Deze appel is een kruising van:
Red Delicious x Ralls Genet

Toepassing:
Handappel

Herkenbaarheid
De grondkleur is groen tot geelgroen, de dekkleur varieert van roze tot bruinrood of donkerrood-violet gestreept.

Status
Het suikergehalte (Brix) van de Fuji is meestal rond de 14%. De appels hebben ook een hoog gehalte aan flavonoïden, zo'n 30% meer dan in Jonagold, maar de meeste flavonoïden zitten in de schil van de appel. De pluktijd is eind oktober en eind november is de vrucht eetrijp Er zijn verscheidene mutanten. De meest geteelde zijn 'Nagafu', 'Red Sport', 'Aki Fu', 'Yataka' en 'Kiku'